Sociaal Rotterdam op de tocht
Geplukt van Facebook:
OPENBAAR vervoer door AOW-ers te laten betalen in Rotterdam is
zagen aan de basis van een sociaal Rotterdam. En is zeker niet
PROgressief. Welke parameters hebben overigens aan de basis
gestaan van de berekening van deze bezuinigingsmaatregel.
Dat zou nog wel eens ook voor de RET slecht kunnen uitvallen.
En gaan de boetes dan in de gemeentekas terechtkomen? En hoe
verandert het gebruik van de RET voor arme en rijke reizigers?
Of is er teveel door Rotterdamse politici gekeken naar een
artikel in het AD, waarin discriminerend ouderen allemaal als
rijke stinkerds uit de bus kwamen. Ik denk dat de meerderheid
van de ouderen niet kunnen rekenen op een volledige AOW. En
zeker niet pensioen ontvangen van 70% van het laatst verdiende
loon.
Zorg dat de rekenkamer alles vantevoren nog eens doorrekent,
want het sociaal stelsel staat al veel te lang op de tocht.
Ken je rechten
H.E. Prince Hassan (International Peace Commission) schreef een
bijdrage in LinkedInt
Artikel 7 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens:
"Allen zijn gelijk voor de wet en hebben zonder enige discriminatie
recht op gelijke bescherming door de wet."Gelijkheid voor de wet is
een van de hoekstenen van vreedzame, democratische en inclusieve
samenlevingen. Rechtvaardigheid mag nooit afhangen van iemands
achtergrond, overtuigingen, identiteit of sociale status. Het moet
onpartijdig, toegankelijk zijn en gelijk op iedereen worden toegepast.
Wereldwijd blijft het versterken van de rechtsstaat essentieel voor
het beschermen van menselijke waardigheid, het opbouwen van publiek
vertrouwen en ervoor zorgen dat niemand wordt achtergelaten. Eerlijke
en verantwoorde instellingen zijn onmisbaar om Duurzame
Ontwikkelingsdoelstelling 16 te bereiken: Vrede, Rechtvaardigheid en
Sterke Instellingen.
Via de Internationale Vredescommissie (IPC) en
het Global SDG Leadership Network blijven wij ons inzetten voor het
bevorderen van mensenrechten, het ondersteunen van inclusief bestuur
en het aanmoedigen van gemeenschappen om de principes van
rechtvaardigheid, gelijkheid en respect voor ieder individu te
handhaven.
Het begrijpen van onze rechten is de eerste stap om ze te beschermen
—en ervoor te zorgen dat gerechtigheid echt iedereen dient.
Vieze brandstoffen
Frans Timmermans in LinkedIn
Voormalig Europees Commissaris voor het klimaatbeleid
Als je ziek wordt, wil je niet blijven hangen bij het eindeloos
herhalen dat je ziek bent en dat het zo erg is. Dan wil je ook
precies weten wat je hebt en wat je eraan kan doen om weer beter
te worden. Misschien zouden we zo ook eens wat vaker over het
extreme weer moeten praten. Niet over hoe warm het toch is en of
je nu wel of niet voor airco’s bent. Maar waarom het zo warm is
en wat we er aan kunnen doen dat het niet nog veel warmer,
stormachtiger, natter of juist droger en in ieder geval
ellendiger wordt.
De extreme hitte is het gevolg van klimaatverandering. Het
klimaat verandert omdat de mens door het gebruik van vieze
brandstoffen een broeikas van de atmosfeer heeft gemaakt. Om
ervoor te zorgen dat het niet veel erger wordt en we straks
moeten vechten om voedsel, water en steeds schaarsere leefbare
ruimte, moeten we ervoor zorgen dat de atmosfeer niet veel verder
meer opwarmt. We moeten dus zo snel mogelijk het gebruik van
vieze brandstoffen afbouwen. Moeilijk, maar het kan want er
zijn alternatieven. Duidelijk, toch?
We moeten de boel terugnemen
Door Arjen van der Merwe
doorgestuurd door Hans Leeuwenkamp
van de Zaanse Rode Rakkers
We stand in Solidarity
Er is een geluid dat door de Haagse wandtapijten wordt gedempt
voordat het ooit een microfoon bereikt: het geluid van een land
dat zijn eigen huis, zijn eigen energie, zijn eigen
ziekenhuizen niet meer bezit. Nederland is, na decennia van
privatiseringsdrift, een natie van inhuurders geworden in onze
eigen economie. Wie het realistisch kompas erbij pakt — dat
ouderwetse, hardnekkig weigerende instrument dat blijft wijzen
naar klasse, kapitaal en macht — ziet onmiddellijk waarom. De
vraag is niet meer óf de markt heeft gefaald. De vraag is wat
de Nederlandse staat nu, eindelijk, terug gaat pakken.
Begin bij het fundament: eigendom. 30 jaar marktwerking heeft
de woningmarkt veranderd in een casino waar de huizen zelf de
fiches zijn. Een woning is gebruikswaarde — een dak, een leven,
een plek om kinderen op te voeden. De markt heeft daar
handelwaarde van gemaakt, een speculatief instrument waarmee
rijke patsers en buitenlandse fondsen de toekomst van een
generatie hebben opgekocht. Het antwoord is niet nog een
toeslag, nog een subsidie, nog een pleister. Het antwoord is
massale, onverbiddelijke uitbreiding van sociale huisvesting,
een resoluut einde aan woningen als beleggingsobject, en zo
nodig: huurbevriezing die de markt niet vraagt maar afdwingt.
Wie nu nog gelooft dat de woningnood zichzelf oplost als we
de bouwregels maar wat verder oprekken, gelooft ook dat de vos
de kippenren zal bewaken als we hem maar een mooi contract
aanbieden.
Dezelfde logica geldt voor energie, zorg en infrastructuur —
de zenuwbanen van een samenleving, die nooit aan de waan van
het kwartaalrapport hadden mogen worden overgeleverd. Terug
naar publiek eigendom, of op zijn minst coöperatieve
zeggenschap, is geen nostalgie naar de jaren 70. Het is een
nuchtere erkenning dat sectoren die ons leven dragen niet
bestuurd kunnen worden door wie het hardst roept om
aandeelhouderswaarde. Werknemerscoöperaties, medezeggenschap
die verder gaat dan een ondernemingsraad met een adviesrecht
dat genegeerd wordt — dat is economische democratie, en
economische democratie is precies wat de afgelopen decennia
stelselmatig is afgebroken.
Dan het geld zelf. Nederland kent een vermogensongelijkheid
die zich, eenmaal blootgelegd, gedraagt als een schaamteloze
familie-erfenis: wie kapitaal heeft, ziet dat kapitaal
groeien in een tempo waar een modale loonstijging nooit
tegenop kan boxen. Dit is geen ongelukkige bijkomstigheid
van het systeem — het is het systeem. Een serieuze
vermogensbelasting, een hardere aanpak van kapitaalinkomen
ten opzichte van arbeidsinkomen, het sluiten van de fiscale
achterdeurtjes waardoor multinationals Nederland al jaren
gebruiken als doorgeefluik — dit zijn geen radicale ideeën.
Het zijn de minimale correcties op een systeem dat,
ongecorrigeerd, zichzelf voortdurend opnieuw uitvindt in het
voordeel van de bezittende klasse.
En de arbeidsmarkt — ach, de arbeidsmarkt. Nederland heeft
zich verslikt in de flexibiliteit die het zichzelf als
verworvenheid verkocht. Een heel precariaat van zzp'ers
zonder zekerheid, uitzendkrachten die hun pensioen via een
app moeten regelen, pakketbezorgers die rijden voor een
algoritme dat geen arbeidsvoorwaarden kent — dit is niet de
vrije arbeider van de neoliberale fantasie, dit is de
onzekere arbeider van een systeem dat risico stelselmatig
heeft afgewenteld van kapitaal naar mens.
Vaste contracten als norm, niet als gunst. Een minimumloon
dat de productiviteitswinst van de afgelopen decennia
daadwerkelijk weerspiegelt, in plaats van permanent achter
die winst aan te hobbelen. En ja — een kortere werkweek,
zonder loonverlies, omdat de vrije tijd die
productiviteitsgroei oplevert toebehoort aan wie het werk
doet, niet aan wie de aandelen bezit.
Decommodificatie — een woord dat nooit een verkiezingsslogan
zal worden, maar wel het beginsel zou moeten zijn achter elk
regeringsbeleid dat zorg, onderwijs, kinderopvang en openbaar
vervoer aanraakt. Basisbehoeften horen niet thuis in de
marktlogica van vraag en aanbod. Ze horen thuis in de logica
van burgerschap: toegankelijk omdat je bestaat, niet omdat
geld hebt.
En dan, onvermijdelijk, de ecologische crisis — waar het
marxistische en het ecosocialistische denken samenvloeien tot
1 onontkoombare conclusie: een winstgedreven energietransitie
komt altijd te laat, want winst beweegt op het tempo van het
kwartaal, niet op het tempo van de klimaatcrisis. Een
planmatige, publiek aangestuurde transitie — niet overgelaten
aan de grillen van energieconcerns die hun fossiele
portefeuilles nog 50 jaar willen uitmelken — is de enige weg
die niet eindigt in een vertraging die de planeet zich niet
kan permitteren. En laten we hier vooral niet de fout maken
om grootschalige, centraliserende technologie — kernenergie
evengoed als gas en olie — te verwarren met een oplossing.
Macht die geconcentreerd blijft bij wie de centrale bezit,
is macht die zich, hoe groen ook verkocht, nooit werkelijk
herverdeelt.
Tot slot Europa, of liever: tot slot het verzet tegen een
Europa dat begrotingsregels behandelt als natuurwetten. De
Nederlandse regering die zich werkelijk aan deze agenda
zou wagen, zou zich ook moeten verzetten tegen het
Brusselse boekhoudfetisjisme dat elke vorm van publieke
investering bij voorbaat verdacht maakt, en tegen het vrije
kapitaalverkeer dat belastingontwijking niet als brug maar
als feature behandelt.
Dit is geen oproep om voorzichtig aan de marges te schaven.
Het is een herinnering aan een ongemakkelijke waarheid die
de afgelopen 4 decennia zorgvuldig is weggepoetst: de
economie is geen natuurkracht waar de politiek zich nederig
naar moet schikken. Ze is een keuze. En een land dat zijn
woningen, zijn energie en zijn arbeid teruggeeft aan wie ze
daadwerkelijk gebruikt, in plaats van aan wie ze het handigst
weet te beleggen, maakt eindelijk weer een politieke keuze in
plaats van een boekhoudkundige verontschuldiging.
Canto Ostinato
Julie Smit,Lesvos, 25 mei 2026
(Smitaki's)
(twee vogels)
De vogels van Lesvos hebben altijd het hoogste woord, en zeker in het voorjaar.
Piew, piew, komt er weer een voorbij en nestelt zich in een olijfboom. Dan
fladdert er weer wat van boom tot boom, tjiep, tjiep: een vlaag van bruine
veertjes, of zie ik ook blauw? Merels, nachtegalen als echte diva’s. Roekoeko,
roekoeko, het haast mediterende geluid van koerende duiven. In Nederland zijn
deze vogels niet geliefd omdat ze zich in het bastion van de mens hebben
gevestigd, in steden, waar ze zonder kattenbak dan maar hun behoeftes doen op
vensterbanken en ander uitstekend beton. Maar hier op Lesvos hou ik wel van
deze rustige vogels, die gemoedelijk op de elektriciteitsleidingen zitten te
filosoferen.
Kankertumoren laten hoogstens de longen zingen, letterlijk piep-piep. Een
geniepig geluid dat het niet haalt bij vogelgezang.
Daar komt de wind: woeiii woeiii. Hij gaat dwars door de bomen en bespeelt de
bladeren, die dan een zacht ritselend geluid produceren: kss, kss. Een orkest
in opbouw, terwijl de vogels het achtergrondkoor vormen: pspiejo, pspiejo. Het
eiland is zelden zonder geluid, in tegenstelling tot Nederland waar autoverkeer
het land nooit meer stil krijgt. Wanneer de wind geen ritme aangeeft en de
vogels slapen, zijn er altijd wel sjirpende of knagende insecten, krnn, krnn,
die een zachte opera ten gehoren brengen. En dan is er het tjuut tjuut van de
dwergooruilen die alleen in de nacht optreden.
Kankertumoren kunnen je keel ook zaaggeluiden laten maken: grr, grr, zachtjes,
wanneer je ligt te slapen.
Orpheus was een geliefde muzikant die de mensen blij en gelukkig maakte met zijn
liederen. Toen zijn vrouw Eurydice door een fatale slangenbeet in de onderwereld
belandde, wist hij met zijn muziek Hades te overreden haar weer te laten gaan.
Ze mocht hem naar de bovenwereld volgen, maar hij mocht niet achterom kijken,
wat hij toch niet kon laten, waarop Eurydice voor eeuwig in de onderwereld moest
blijven. Orpheus was zo ontroostbaar, dat hij zijn lier niet meer aanraakte. De
Maenaden – nimfen die Dionysos altijd volgden en leefden van zang en dans –
werden kwaad op Orpheus omdat hij hen niet meer wilde voorzien van muziek. Ze
scheurden hem in stukken en wierpen deze in zee. Zijn hoofd en de beroemde lier
spoelden aan bij Oud-Andissa, de stad van die andere bekende muzikant uit de
oudheid, Terpander. Wanneer je er op het strand staat, daar waar de muren van
de oude stad nog deels overeind staan, lijken de golven, de wind en het drukke
getsjilp van bijeneters een doorlopende voorstelling te geven van Orpheus’ werk.
Ik heb woedende tumoren in mijn lijf die het liefst mijn longen zouden willen
verscheuren. Maar ik laat me niet zomaar in zee gooien. En ik zal geen muziek
nalaten. Hoogstens wat woorden.
Ik ben geen muzikant, maar wel een muziekliefhebber. Ik ben geen vogelspotter
en weet niet veel van vogels, maar ben wel een fervent toehoorster van hun
eeuwige concerten. Vogels maken een soort minimalistische muziek met
repeterende noten, net als een van mijn favoriete muziekstukken: Canto
Ostinato van de Nederlandse componist Simeon ten Holt.
Ik had de eer hem te kennen. Hij noemde mij het Piratenmeisje, toen hij zijn
muziek kwam introduceren in mijn radioprogramma Polaroid dat ik presenteerde
op de piratenzender GOT in Amsterdam. Ik had de eer hem te vergezellen naar
Los Angeles waar hij leerlingen van CalArts hielp bij het instuderen van dit
prachtige stuk voor vier piano’s. Wanneer ik de tonale tonen van Canto
Ostinato de olijfgaard instuur, zijn de vogels even stil, maar beginnen
vervolgens mee te tetteren, alsof ze het geluid van deze vreemde vogel een
welkom heten in hun midden. Deze compositie is op hun lijf geschreven:
kleine series noten, die elkaar achterna zitten, zich herhalen of over
elkaar heen buitelen.
Kankertumoren hebben geen repeterende noten op hun zang. Zij marcheren voort,
knabbelen aan mijn leven en maken me niet vrolijk.
Wat zou ik graag Canto Ostinato hebben zien opgevoerd worden hier op het
eiland: onder de Griekse sterrenhemel, waar de pianonoten gewiegd zouden
worden door het gekabbel van de Egeïsche zee, een zacht briesje dat door
de bomen trekt en het gerinkel van ronddolende geiten in de verte. Ja, ik
weet het, Simeon, je hield niet van de variaties die er ontstonden op
jouw mooie compositie. Maar ik weet zeker dat het achtergrondkoor van
Lesvos zelfs jou zou bekoren. Jouw muziek maakt me gelukkig en helpt me
om de kanker te verdragen.
Het uitzicht
Julie Smit,Lesvos, 9 juni 2026
(Smitaki's)
Kankercellen kunnen m’n longen vernietigen, maar kunnen nooit
stukmaken wat mijn hart beroert. Zoals met de auto rondzwerven
over het eiland, waar de bloemen langzaam plaatsmaken voor de
zomerhitte en de vruchten.
Lesvos bestaat grotendeels uit heuvels en bergen, en waar je ook
rijdt, telkens word je getrakteerd op gulle uitzichten: over
bergen die de sporen dragen van miljoenen jaren oude, geologische
geschiedenis, maar vooral over de zee, die in al haar
kleurschakeringen blauw telkens weer tevoorschijn piept van achter
een bergrug.
Wanneer de onverharde, desolate weg van Sigri naar Erèsos met zijn
barre heuvels uiteindelijk de groene vallei van Erèsos openbaart,
voelt het alsof je voor een dal vol reuzen staat. Grillige en
scherpe bergtoppen vechten om aandacht. Hier voel je de vulkanische
kracht van de aarde, een sterk leven dat niet te vernietigen valt.
De mooiste top van het eiland, de Profitis Ilias boven Parakila,
biedt schitterende uitzichten over het eiland, maar is vooral een
paradijs voor lentebloemen zoals pioenrozen en de bron van de
watervallen van de gele rododendrons, die vanaf die berg gestadig
naar beneden stromen. Hier voel je je onaantastbaar en boven de
wereld.
Je hoeft geen bergen te beklimmen voor sensationele uitzichten.
Ook de Aspronisia (Witte eilanden), gezien vanaf Palios, krijgen
een mysterieuze uitstraling door de lichtblauwe zee die goedmoedig
zijn witte kusten kust. Je voelt dat de goden niet ver weg zijn.
br>
Ik zou een Circe willen zijn – een halfgodin met magische krachten –
alleen op een eilandje. Dan zou ik de strijd tegen de kanker zeker
winnen.
We zijn op weg naar mijn favoriete uitzicht en kersen in Ayasos.
Dit traditionele bergdorp is in de late herfst bekend om zijn
kastanjes, maar in de vroege zomer vallen de rood gespikkelde
kersenbomen op. De weg langs de bovenrand van het trechtervormige
dorp geeft al een schitterend uitzicht over de bont gekleurde
huizen. Iets verder weg worden de kersenbomen steeds vaker
afgewisseld met kastanjebomen, wier toppen getooid met geel
gekleurde kaarsen vrolijk afsteken tegen een intens blauwe hemel.
De weg voert langs het voormalige sanatorium naar het kastanjebos,
een wonderschone plek vol woudreuzen op stijle hellingen,
gegarneerd met een uitbundig palet aan bloemen, zoals pioenrozen,
tulpen, orchideeën, aronskelken en levensgrote wegdistels.
Daarboven orkestreren vogels concerten om deze magische plek te
eren. Af en toe schieten er al vergezichten over de Golf van Jèra
langs, terwijl in de verte de bergen van Turkije lonken. Maar voor
het meest betoverende uitzicht moet je het kastanjebos uitrijden,
op weg naar Karionas. Daar, even voor de Kristalberg, rijdend over
een smalle bergrug, kijk je links uit over de baai van Jèra met
zijn grillige kusten. Over de bergen heen – waarachter Mytilini en
het vliegveld zich schuil houden – kijk je diep Turkije in,
mochten de weergoden je een heldere dag hebben geschonken. Aan je
voeten lopen steile berghellingen naar beneden waar een sliert
dorpen zich uitstrekt: Mesagros, Skopolos, Pappados en Paliokipos,
het dorp waar de wieg stond van de beruchte piraat Barbarossa.
Zelfs deze op zee zo succesvolle Roodbaard had niks tegen mijn
kankercellen kunnen uitrichten.
En dan de andere kant van deze door kristallen geplaveide weg:
turend over golvende heuvelruggen die samenvloeien in een groen
dal, dobbert Chios als een luierende sultan hoog op de turquoise
zee, gedragen door een bed van nevel die het grote eiland een
mysterieuze sfeer geeft.
Megalochori, ooit de regionale hoofdstad, is door bergen
onttrokken aan het zicht. Toen het tijdens het midden van de
negentiende eeuw te vaak werd geteisterd door bosbranden en de
olijfbomen ook een flinke knauw kregen van een veel te strenge
winter, trokken de inwoners naar de kust, waar het fraaie stadje
Plomari ontstond, dat vanaf ons uitzicht ook verborgen blijft
achter glooiende heuvels.
Aan je voeten tekenen sporen van recentere, agressieve
vlammenzeeën de berghellingen die verspringend naar de zee
afdalen. Die brand gebeurde tientallen jaren geleden. De
littekens lijken geheeld. Nu ontstaat er weer aarzelend het begin
van een nieuw bos. Moordpartijen, aardbevingen, bosbranden of
extreem weer: het eiland weet zich telkens weer te herpakken.
De mens die maar een speldenprik aan tijd op deze aarde mag
vertoeven, heeft lang niet zoveel veerkacht. Mijn lichaam al
helemaal niet meer.
Ook Chios heeft behoorlijk vernietigende tijden meegemaakt,
maar blijft stevig overeind in de lichtblauwe zee. Ik had zo
graag nog een keer willen ronddwalen op dit geliefde eiland,
met zijn betoverende mastiekdorpen, ruige natuur, uitbundige
uitzichten en Volissos, het dorp dat vorig jaar de dans van
een vuurhaard ternauwernood is ontsprongen. Maar mijn energie
komt op een steeds lager pitje te staan en hier, boven op een
smalle richel in de bergen, waar Chios zich als een god uit de
nevelen verheft, werp ik het een kushandje toe als een vaarwel.
Hazenkop
Julie Smit,Lesvos, 18 juni 2026
(Smitaki's)
Het zijdezachte water van de Egeïsche zee tegen je huid voelen.
Je wentelen in het zoute water dat je draagt te midden van zijn
golven. Zwemmen, je spieren inspannen, ontspannen, drijven: het
is een van de heerlijkste dingen van de zomer.
Geen wonder dat vissen en andere zeebewoners onder water zo’n
vrolijke uitstraling hebben. Zo hebben dolfijnen een ondeugende
grijns op hun lippen. Ik heb ze al verschillende keren ontmoet
in het water, wat telkens een glimlach op mijn gezicht toverde.
Gelukkig heb ik nog nooit een nors kijkende haai vlakbij door
de golven zien schieten. Voor eeuwig getraumatiseerd door de
film Jaws ga ik nooit ver de zee in. Ook al was het midden
jaren ’60 voor de laatste keer, dat in Griekenland (in de Golf
van Volos, Thessalië) een zwemmer een fatale confrontatie had
met een witte haai. Er worden best weer wat haaien waargenomen,
zoals de witte haai, maar dat komt omdat zoveel mensen
tegenwoordig foto-trigger-gevaarlijk zijn geworden, alsof er op
aarde niets kan gebeuren zonder dat iemand dat met een telefoon
vastlegt. Het aantal haaien schijnt zelfs af te nemen in de
Egeïsche zee
Ik ben niet helemaal eerlijk: ik heb een aantal keren een haai
gezien. Die lag op mijn bord: galeos is een kleine haaiensoort
en staat regelmatig op een Grieks menu. Erg lekker! Ik vraag me
af of deze haai ook óók wordt bedreigd door de helse jager, die
vele Griekse wateren tegenwoordig onveilig maakt. Als zwemmer
hoef je je geen zorgen te maken om de Lagocephalus sceleratus,
een lid van de kogelvisfamilie. Een van zijn Engelse namen is
harehead, oftwel hazenkop, wat ik wel een mooie naam vind, ook
al verdient hij het niet. Want je moet niet op het idee komen
om de vis te willen aaien. Hij ziet er aandoenlijk lelijk uit,
heeft een gezellig gespikkelde huid en grote smekende ogen,
maar is levensgevaarlijk! De hazenkop is zwaar giftig om op te
eten en zelfs om hem aan te raken brengt risico’s met zich mee.
Dit lieverdje hoort thuis in de Indische en Stille Oceanen, maar
besloot zo’n tien jaar geleden om te emigreren. Via het
Suezkanaal drong hij de Middellandse Zee binnen, bijt gaten in
vissersnetten en vreet de vangst op van vissers aan meerdere
kusten van Zuid-Europa. Dankzij zijn giftige vlees heeft hij
weinig vijanden en wordt hij steeds vaker gespot. Nu bedreigt de
hazenkop ook Lesvos. Stel je toch eens voor, dat ze alle
sardientjes gaan oppeuzelen in de Golf van Kalloni! Lesvos heeft
al genoeg te stellen met het mond-en-klauwzeer en dan duikt er
nu ook nog eens de hazenkop op om het ecosysteem rond het eiland
naar de mallemoer te helpen.
Ze zijn zo gemeen als kankercellen, maar die lijken hoogstens in
hun gedrag op zo’n hazenkop. Eigenlijk lijken kankercellen op
octopussen die met hun acht benen over de zeebodem rondstruinen.
Maar dat is te veel eer voor die rotziekte. Octopussen zijn
goedaardige dieren die je hoogstens wat angst aanjagen, wanneer
ze onverwachts hun tentakels rond je benen slaan. Ze voorspellen
voetbalwedstrijden, hebben een enorm goed geheugen en zijn
creatief in het vinden van behuizingen.
De kankercellen die mijn lichaam zijn binnengedrongen, kun je
beter vergelijken met kwallen en hun rondzwierende tentakels.
Daarvan moet je ook uit de buurt blijven: sommige van die
slierten kunnen brandende tikken uitdelen.
Ook kwallen prijzen zich gelukkig met de opwarming van de zee,
en overbevissing maakt dat hun natuurlijke vijanden steeds vaker
in hebberige vissersnetten verdwijnen. Ze zwalken in steeds
grotere scholen door de Griekse wateren, vooral bij het
vasteland. Toch kan ik me herinneren dat er in de vroege jaren
‘80 rond Samos ook heel wat ronddobberden. Waren ze aan de ene
kant van het eiland, dan ging je aan de andere kant van het
eiland zwemmen. Alsof het het eiland van Medusa was: je moest
altijd op je hoede zijn. Maar dat zou een goed kwallenjaar
kunnen zijn geweest, want niet elk jaar hoeven er
kwallenexplosies plaats te vinden.
Dit jaar is Evia de klos. Er zijn daar meerdere gemeentes die
zwemwater gaan beveiligen met netten om bijvoorbeeld de
parelkwal (Pelagia noctiluca) tegen te houden, opdat baders
zonder zorgen hun baantjes kunnen trekken. Hopelijk zijn die
netten ook bestand tegen roofzuchtige hazenkoppen. Voordat je
het weet gaan die samenspannen met kwallen om verboden gebied
binnen te dringen.
Ik heb me op Lesvos altijd veilig gevoeld in zee. Ik heb zelfs
misschien meer dolfijnen dan kwallen gezien. Zweven door het
blauwe water, de zachtheid die je huid koestert, je
gewichtloos voelen en je als een dolfijn wentelen in de golven.
Hoe graag ik ook altijd zwom, tegenwoordig voel ik in de borst
een hevig protest wanneer ik te water ga. Alsof al die op
zeewezens lijkende kankercellen bang zijn om in de grote zee
te worden gedumpt. Als dat toch eens mogelijk zou kunnen zijn...
I never promised you a rose garden
Julie Smit,Lesvos, 8 juli 2026
(Smitaki's)
(roos)
In Parijs had ik een klein tuintje en in Amsterdam een dakterras,
maar ik heb me nooit aan rozen gewaagd. Dat kwam pas op Lesvos.
Maar ik had geen groene vingers, ook al kwamen de rozen voor het
huis deze winter in volle bloei om te protesteren dat ik enige
tijd in Nederland verbleef voor kankeronderzoek. Pas toen ze
uitgebloeid waren kwam ik terug, en ze beloonden me later met
een magere voorjaarsbloei.
Rozen zijn zo oud als de wereld. Uiteraard wordt hun ontstaan
verklaard door Griekse mythes. Één versie vertelt over Aphrodite
die neerknielde bij haar stervende geliefde Adonis, gewond
geraakt bij de jacht op beren. Uit haar geplengde tranen en zijn
bloed ontstonden knalrode rozen, die sindsdien worden
geassocieerd met Aphrodite en de liefde. Cupido, dat engeltje dat
zo graag voor koppelaar speelt, kan verantwoordelijk worden
gehouden voor de doorns van een roos, toen per ongeluk een van
zijn pijlen in een rozentuin terechtkwam.
Ik zou wel willen dat er een mythe bestond waarin de roos
geneeskrachtige eigenschappen had, tegen kanker uiteraard, maar
verhalen uit de middeleeuwen vertellen hoogstens over
rozenblaadjes die dronkenschap konden voorkomen wanneer ze in je
wijn dreven, of dat ze goed waren tegen rimpels.
Ze kunnen wel wat, hoor, die schitterende bloemen. Zoals de rozen
van Piëria die kunstenaars en wetenschappers groot maakten. Zelfs
Sappho noemde ze in haar gedichten. Deze fameuze bloemen groeiden
naast de heilige bron van Piëria, in Macedonië, aan de voet van de
godenberg Olympos. De bron was gewijd aan de muzen en de Piëriden.
Dit waren negen zusters die de muzen uitdaagden wie de mooiste
liederen konden zingen. De Piëriden verloren en werden veranderd
in negen verschillende vogels.
In die tijd kreeg je geen kanker maar werd je door de goden in
planten of dieren veranderd. Misschien keer ik ook nog wel terug op
aarde. Het liefst als een vrolijk door de lucht zwevende Griekse
zeemeeuw, zodat ik mijn honger naar vrijheid, zee en vis kan
blijven stillen (ja, ik ben opgegroeid met Jonathan Livingston
Seagull).
Ook Orpheus zal zich aan de bron van Piëria hebben gelaafd. Hij
kwam tenslotte van het naburige dorp Leibethra, waar hij volgens
de verhalen ook is begraven door kwade muzen die hem eerst
vermoordden. Maar wij weten allemaal dat zijn hoofd en zijn lier
hier op Lesvos zijn aangespoeld.
Het was dus Orpheus die Lesvos inspireerde tot muziek en lyrische
woorden, waar Sappho zo goed in was. En die Sappho leerde over de
rozen van Piëria als inspiratiebron van de kunsten. De rozen
bleven bloeien op Lesvos.
Al die kunst en rozen mochten niet baten. Lesvos is weer eens in
crisis, las ik in de krant. De gedecimeerde veestapel en de
verboden op slacht en verwerking van melk, heeft een behoorlijk
gat in de economie geslagen. Ook met de olijfhandel schijnt het
niet goed te gaan. De luie denkers die de gehele dag treintjes en
bussen vol toeristen voorbij zien trekken, zijn van mening dat
toerisme de pot met goud is en geloven niet dat het eiland verder
nog potentieel heeft.
Ze hebben het mis. Lesvos kan zelfs uitgroeien tot een
schoonheidseiland. Imkers in Sigri en Mandamados stoppen hun
honing niet alleen in potten, maar ook in allerlei
schoonheidszalfjes, tegen rimpels of tegen het ouder worden van
de huid. Dat die nog niet zijn ontdekt door de Tik-Tokkers! Ik
had er wel als Cleopatra kunnen uitzien, als die kutkanker geen
roet in het leven had gegooid.
En dan is Lesvos hard op weg om een rozencentrum te worden.
Eleni Sivri gebruikt haar honderden rozenstruiken bij Filia om
internationaal prijswinnend rozenwater en rozenolie te
produceren. Hiervoor gebruikt ze recepten van haar oma en de
oudst gecultiveerde rozen, Damascenerrozen, die niet zijn te
verslaan met hun sterke aroma. Daarnaast produceert ze druiven-
en vijgensiroop, verrijkt met het helende duizendblad, maar dat
kun je natuurlijk niet in schoonheidsmiddeltjes stoppen zoals
rozenproducten.
Ook Anna Liamo Bartling bouwt ijverig verder aan haar
rozenboerderij bij Favios. Als schoonheidsspecialiste weet ze
precies, waar en hoe de Damascenerrozen van pas komen in haar
middelen om het uiterlijk van de mens te plezieren.
Zou Sappho nu geleefd hebben, dan zou ze boeken vol passionele
gedichten hebben geschreven over Eleni en Anna en hun liefde
voor rozen en schoonheid. Ze zou ze zelfs geholpen hebben rozen
van Piëria te bemachtigen. Ik zou het liefst mijn bed tussen al
die rozenstruiken zetten om te sterven tussen de hemelse
rozengeur. Maar zo’n verstuiver met rozenwater uit Filia maakt
al heel wat goed.
Uit de media
sociaal
armoede, schulden en bureaucratie
discriminatie en uitsluiting
digitalisering
-->
leven
emancipatie
wonen
gezondheid en zorg
wereld
Rotterdam
Nederland
België
Aarde
Oorlog Oekraine
(neo) Kolonialisme"
USA / Iran