Op zoek naar een klavertjevier Julie Smit, Lesvos, 20 april 2026 (Smitaki's) Afscheid nemen van een wereld die wordt geregeerd door een stelletje zwaar gestoorde oude mannen en hun zogenaamde ‘bondgenoten’ is niet zo heel erg, maar afscheid nemen van een eiland dat een hof van Eden is, vol met de meest uitbundige bloemenzeeën, is wat moeilijker. Kutkanker… het vreet aan me, maar laat me nog genieten van deze spetterende lente. Waar je ook heengaat, de ene plek is nog mooier dan de andere. Velden met rode anemonen maken met tegenzin plaats voor de beroemde klaprozen, die op verschillende plaatsen op het eiland als Hollandse bloembollenvelden schitteren, met name bij Achladeri. In het midden en zuiden van het eiland weten fel gekleurde anemonen van geen wijken en delen ruimhartig hun plek met paarse harlekijn orchissen (Anacamptis morio), zoals bij Asomatos. Ondanks de boosaardige tumoren loop ik als een Alice in Wonderland rond op zanderige paden omzoomd door een ontstellend grote collectie aan bloemen tussen grassen en struiken. Ik geniet dubbel van al die schoonheid. Ontplofte bermen met gele asters of witte margrieten. Roze aapjesorchissen (Orchis simia) beconcurreren struiken vol zonneroosjes en witte stippelorchissen (Orchis provincialis) weven tapijten onder dennenbomen. De paarsroze tongorchissen (Serapias) – door mij Picasso orchideeën genoemd wegens hun hoekige, abstracte vorm – hebben hele legers ingezet en staan als stoere reuzen te wiegen in de wind, zoals bij Palios. Sommige orchideeën, met name uit de ophrys familie, zijn wars van samenscholingen en moeten alle zeilen bijzetten om niet te verdwalen in de bermen en op andere plekken, waar grassen huizenhoog opschieten. Kutkanker. Nee, ik kan niet meer urenlang zwerven over al die spannende wandelpaden die het eiland doorkruisen: hoogstens een half uurtje en dan zonder helling. Ik smokkel heel wat kilometers met de auto. Cruisen over het eiland biedt ook spectaculaire uitzichten. Het tere groen van de eikenbomen dat zoveel schakeringen kent, de felle bloesems die de wilde appel- en perenbomen oogverblindend wit kleuren; het maakt berghellingen tot schitterend groene schilderijen. Dit jaar is ook de klaver in groten getale aanwezig, in verbazingwekkend veel verschillende tinten. Ook zij lijken dit jaar als doel te hebben om zoveel mogelijk oppervlakten een felle kleur te geven: geel, paars, blauwachtig of wit. Het zijn bodembedekkers en veevoer, zowel voor wilde als voor gedomesticeerde dieren. Ik vraag me af of ze zich nu ongestoord kunnen vermenigvuldigen, omdat de schapen en geiten huisarrest hebben. Die mogen geen tripjes meer maken op zoek naar de sappigste hapjes, vanwege de mond-en-klauwzeer die het eiland in zijn greep houdt. Kutziekte. Alle export is stilgelegd en de vraag is waar de boeren hun melk moeten laten, want ook de kaasfabrieken kunnen niet veel meer aan. Ze hebben bijvoorbeeld niet genoeg koelruimte. Je zou denken dat ze de melk dan maar gewoon over Gods akker zouden kunnen laten lopen. Maar dat kan ook weer niet, want melk is helemaal niet goed voor de bodem: die gaat dan verzuren, zeker met de tonnen melk die de boeren hier uit hun geiten en schapen trekken. Terwijl woedende boeren nu al enkele dagen de haven bezet houden en alleen lopende of urgente passagiers en militairen toelaten van en naar de veerboten, woekert de klaver als een bezetene over het eiland, op zoek naar zure bodems. Klaver is namelijk ook een bodemverbeteraar: ze bindt stikstof uit de lucht, zorgt voor een luchtige bodem en biedt zo voedingsstoffen voor andere planten. Eigenlijk vraag je je af waarom kunstmest de klaver heeft verdrongen. Kutkanker. Ik heb de klaver zijdelings ingezet tegen die vraatzuchtige tumoren. Ik probeer ze te verzuipen in honing. Nu heb je op het eiland heel veel verschillende soorten honing, zoals kastanje- en tijmhoning, maar ook klaver is geliefd bij de bijen. Voor de voorjaarsoogst kunnen ze gedurende deze rijke lente hun honingraten tjokvol vullen met heerlijke bloemenstroop. En ik voel de verlichting wanneer deze godennectar door mijn gepijnigde keel glijdt: hoe meer, des te beter. Het maakt me niet meer uit als ik net als Winnie de Poe aan kilo’s win. Die pakt de kanker heus nog wel een keer terug. Het zoeken is nu alleen nog naar een klavertjevier. ⇒
Nood! Opvang Feedbijdrage LinkedIn door Martijn van Leerdam Predikant-directeur van de Pauluskerk Rotterdam "Ik weet het niet. Ik weet het echt niet meer. Als ik in de noodopvang slaap, word ik gek van alle drukte om mij heen. Pratende mensen, telefoons die continu rinkelen. Maar als ik buiten slaap, lig ik te bibberen van de kou. Ik wil niet terugvallen, maar ik weet gewoon dat het straks gebeurt. Hoe kan ik dit volhouden?" Koos weet waar hij het over heeft. Na drie slechte nachten in de nachtopvang is hij vannacht maar weer de straat opgegaan. Het resultaat: Koos is nog net zo onrustig als gisteren. Het was vier graden en hij heeft geen oog dicht gedaan. 'Waarom stoppen verslaafde mensen niet gewoon? Zijn ze soms niet gemotiveerd?' Zo wordt er nog altijd vaak gedacht. 'Als mensen echt hulp willen, dan valt dat heus wel te regelen.' Voor Koos geldt dat niet. Of in elk geval niet zomaar. Hij heeft een pasje gekregen van de Gemeente Rotterdam, zodat hij toegang heeft tot de noodopvang voor dakloze mensen die op de wachtlijst staan. Een stapelbed in een grote zaal. Je kunt zeggen: dat is beter dan niets. Maar wat hij nodig heeft, is een plekje voor zichzelf. Heeft hij daar dan geen uitzicht op? Jawel, maar pas als hij zich eerst maandenlang kan handhaven in een slaapzaal met dertig anderen. Met voortdurend gepraat en rinkelende telefoons om zich heen. Voor het zover is, is Koos allang weer teruggevallen in zijn drugsgebruik. Hij is de eerste niet. En zoals het nu is georganiseerd, zal hij ook zeker niet de laatste zijn. ⇒
Het leven is nog steeds verrukkelijk Julie Smit,Lesvos, 16 mei 2026 (Smitaki's) (Diner in Avlaki) Het leven op Lesvos draait om eten: olijven oogsten, pekelen of er olie van persen, vijgen plukken en drogen, het verzamelen van groenten, fruit uit de bomen halen, jam of andere zoetigheid fabriceren en wijn maken. Zelf ingemaakte kappertjes of olijven, gedroogde vijgen, walnoten en sinaasappels: ze verschijnen het hele jaar door in diverse gerechten. Lesvos is qua voedsel een rijk eiland, ook al dreigt de gewoonte om eten in de natuur te verzamelen het af te leggen tegen de macht van de supermarkten. Met de komst van het toerisme laten ook steeds meer inwoners hun veldjes in de steek, omdat in die branche makkelijker geld valt te verdienen. Dat is echter niet de reden dat in de winter steeds meer restaurantjes zijn gesloten. Vooral op Lesvos moet je weten welke gelegenheden dan nog eten serveren. Daar zijn de euro de schuld van en de Griekse economische crisis, die de prijzen dusdanig opstuwden dat veel Griekse families zich nu geen restaurantbezoeken meer kunnen permitteren, zeker niet met de voltallige familie, van grootouders tot en met de nieuwste telgen. Nog zo’n 20 jaar geleden was het heel gewoon om een luidruchtig, vrolijk gezelschap aan te treffen aan lange tafels, volgepropt met schalen eten en flessen water, ouzo en wijn. Eten, zingen, dansen, het was regelmatig een uitbundig zootje, winter en zomer. Een volledige cultuur naar de bliksem geholpen. Ik hou van uiteten gaan in gezelschap en ik weet waar ik kan smullen, ook in de winter. Meestal gecombineerd met wandelingen kom je bijvoorbeeld terecht op het pleintje in Erèsos bij Kostas (taverna MeZen), waar je al genietend van een lunch het onderhoudende dorpsverkeer langs ziet trekken. Met een beetje geluk kun je je in de winterzon koesteren op het terras van kafenion Lenas, in het uitgestorven, maar charmante dorpje Pteroenda, waar smakelijke potjes dronken varken en de fameuze worstenschotel spetsofai worden geserveerd. Ook Platanos in Jeni Limani is meestal open in de winter, waar je bergen patat en heerlijke vis kunt krijgen, net zoals bij Meltemi in Skamnioedi, die daar overheerlijke kikkererwten en andere groenten bij serveert. Panayotti in Avlaki is altijd open, ook al moet je soms wachten op de kok; een snorrend kacheltje of een vrolijke winterzon dragen bij aan de lekkere gerechten en de fraaie uitzichten op zee, het Konijneneiland en Molyvos. De zomer wil aantreden, maar koning winter blijft maar met wolken, buien en temperatuurdalingen jongleren. Tegelijk met de komst van de eerste toeristen zijn nu ook de meeste restaurants open, wat voor mij betekent dat ik nog meer kan smullen. Maar uitgerekend nu is er in mijn longen een offensief gestart tegen mijn (slok)darm. Zo stel ik het me tenminste voor, want ik moet een stuk minder eten, wil ik de boel binnenhouden. De eerste sardelles pastès bij het zo sfeervolle visrestaurant van Janoella op het strand van Kayia: ik had er een heel bord van op willen peuzelen en kon me moeilijk inhouden. Het werden er meer dan drie en van het andere eten kon ik ook al niet afblijven. Voedsel voor de tumor en kotsmisselijk ging ik naar huis. Er kan eindelijk weer gegeten worden in het lieftallige Eftaloe, waar To Votsalo zijn deuren heeft geopend in het vroegere domein van Manolis. Ik had het liefst alles willen uitproberen, maar een simpel hoestje is een waarschuwing van wat er kan komen en dan ik neem dan maar weer gelaten een slokje ouzo. De tumoren lijken immuun voor ouzo en ik kan nog steeds drinken wat ik wil. Ik durf al geen super hamburger bij Misirlou in Molyvos meer te bestellen en zal ook de tafel bij de Caravan in Petra redelijk leeg moeten laten. En teleurgesteld moest ik toekijken hoe mijn disgenoten een originele courgettesalade soldaat maakten aan de mooie golf van Jèra. Het is beslist een tantaluskwelling om bij Limanaki in Molyvos’ haven de tafel gevuld te zien worden met de smakelijkste gerechten waarvan je alleen maar kunt proeven, wil je het tumorenoffensief niet te veel vooruit helpen. Net zoals in Sigri waar bij Cavo Doro de heerlijkste sinaasappelsalade van het eiland wordt geserveerd, of kruidige mosselen. Wanneer chefkok Vivi er is met haar eigenzinnige sushi, zal ik nog verder in de problemen komen: op één sushi kan ik echt niet leven. Maar ik wil niet klagen en laat me niet zo snel door die tumoren verslaan. Ik kan nog eten, proeven, smullen, terwijl de ouzo blijft vloeien. Net zo belangrijk als het eten is het gezelschap waarmee ik het eten deel en de plek waar de schranspartijen plaatsvinden. Op rustige dorpspleintjes, in haventjes of op een strand aan de blauwe voortkabbelende zee. Het leven is nog steeds verrukkelijk. ⇒
Canto Ostinato Julie Smit,Lesvos, 25 mei 2026 (Smitaki's) (twee vogels) De vogels van Lesvos hebben altijd het hoogste woord, en zeker in het voorjaar. Piew, piew, komt er weer een voorbij en nestelt zich in een olijfboom. Dan fladdert er weer wat van boom tot boom, tjiep, tjiep: een vlaag van bruine veertjes, of zie ik ook blauw? Merels, nachtegalen als echte diva’s. Roekoeko, roekoeko, het haast mediterende geluid van koerende duiven. In Nederland zijn deze vogels niet geliefd omdat ze zich in het bastion van de mens hebben gevestigd, in steden, waar ze zonder kattenbak dan maar hun behoeftes doen op vensterbanken en ander uitstekend beton. Maar hier op Lesvos hou ik wel van deze rustige vogels, die gemoedelijk op de elektriciteitsleidingen zitten te filosoferen. Kankertumoren laten hoogstens de longen zingen, letterlijk piep-piep. Een geniepig geluid dat het niet haalt bij vogelgezang. Daar komt de wind: woeiii woeiii. Hij gaat dwars door de bomen en bespeelt de bladeren, die dan een zacht ritselend geluid produceren: kss, kss. Een orkest in opbouw, terwijl de vogels het achtergrondkoor vormen: pspiejo, pspiejo. Het eiland is zelden zonder geluid, in tegenstelling tot Nederland waar autoverkeer het land nooit meer stil krijgt. Wanneer de wind geen ritme aangeeft en de vogels slapen, zijn er altijd wel sjirpende of knagende insecten, krnn, krnn, die een zachte opera ten gehoren brengen. En dan is er het tjuut tjuut van de dwergooruilen die alleen in de nacht optreden. Kankertumoren kunnen je keel ook zaaggeluiden laten maken: grr, grr, zachtjes, wanneer je ligt te slapen. Orpheus was een geliefde muzikant die de mensen blij en gelukkig maakte met zijn liederen. Toen zijn vrouw Eurydice door een fatale slangenbeet in de onderwereld belandde, wist hij met zijn muziek Hades te overreden haar weer te laten gaan. Ze mocht hem naar de bovenwereld volgen, maar hij mocht niet achterom kijken, wat hij toch niet kon laten, waarop Eurydice voor eeuwig in de onderwereld moest blijven. Orpheus was zo ontroostbaar, dat hij zijn lier niet meer aanraakte. De Maenaden – nimfen die Dionysos altijd volgden en leefden van zang en dans – werden kwaad op Orpheus omdat hij hen niet meer wilde voorzien van muziek. Ze scheurden hem in stukken en wierpen deze in zee. Zijn hoofd en de beroemde lier spoelden aan bij Oud-Andissa, de stad van die andere bekende muzikant uit de oudheid, Terpander. Wanneer je er op het strand staat, daar waar de muren van de oude stad nog deels overeind staan, lijken de golven, de wind en het drukke getsjilp van bijeneters een doorlopende voorstelling te geven van Orpheus’ werk. Ik heb woedende tumoren in mijn lijf die het liefst mijn longen zouden willen verscheuren. Maar ik laat me niet zomaar in zee gooien. En ik zal geen muziek nalaten. Hoogstens wat woorden. Ik ben geen muzikant, maar wel een muziekliefhebber. Ik ben geen vogelspotter en weet niet veel van vogels, maar ben wel een fervent toehoorster van hun eeuwige concerten. Vogels maken een soort minimalistische muziek met repeterende noten, net als een van mijn favoriete muziekstukken: Canto Ostinato van de Nederlandse componist Simeon ten Holt. Ik had de eer hem te kennen. Hij noemde mij het Piratenmeisje, toen hij zijn muziek kwam introduceren in mijn radioprogramma Polaroid dat ik presenteerde op de piratenzender GOT in Amsterdam. Ik had de eer hem te vergezellen naar Los Angeles waar hij leerlingen van CalArts hielp bij het instuderen van dit prachtige stuk voor vier piano’s. Wanneer ik de tonale tonen van Canto Ostinato de olijfgaard instuur, zijn de vogels even stil, maar beginnen vervolgens mee te tetteren, alsof ze het geluid van deze vreemde vogel een welkom heten in hun midden. Deze compositie is op hun lijf geschreven: kleine series noten, die elkaar achterna zitten, zich herhalen of over elkaar heen buitelen. Kankertumoren hebben geen repeterende noten op hun zang. Zij marcheren voort, knabbelen aan mijn leven en maken me niet vrolijk. Wat zou ik graag Canto Ostinato hebben zien opgevoerd worden hier op het eiland: onder de Griekse sterrenhemel, waar de pianonoten gewiegd zouden worden door het gekabbel van de Egeïsche zee, een zacht briesjes dat door de bomen trekt en het gerinkel van ronddolende geiten in de verte. Ja, ik weet het, Simeon, je hield niet van de variaties die er ontstonden op jouw mooie compositie. Maar ik weet zeker dat het achtergrondkoor van Lesvos zelfs jou zou bekoren. Jouw muziek maakt me gelukkig en helpt me om de kanker te verdragen. ⇒