logo2012
Netwerk tegen armoede,
sociale uitsluiting
en verrijking;
Nieuwsbrief 57
14 oktober 2013

Programma ZEVENDE werelddag tegen de armoede
in rotterdam

kinderen, armoede en kansen

17 oktober 2013
 in de NIEUWE Pauluskerk aan de Mauritsweg 20
van 12.30 - 18.00 uur

WERELD ARMOEDE DAG  U BENT VAN HARTE UITGENODIGD !

  Presentatie: Menno Smit

  12.30 - 13.00 uur
  Inloop, koffie, thee en lunch

  13.00 - 13.50 uur
  Opening door D.J. Couvee, dominee Pauluskerk
  Elfie Tromp met een column
  Schrijverscafé van de Pauluskerk met verhalen
  en gedichten

  13.50 - 14.30 uur
  Gesprekken over kinderen, armoede en kansen onder leiding van
  Alexander Borst (Stichting KSA / GCW)
  Ingrid en Nisette, twee ervaringsdeskundigen, over de betekenis van
  armoede in het gezin en de gevolgen voor hun hun kinderen
  J.A.M. Galesloot, huisarts, over kinderen, armoede en kansen
  Adil Ciftci, Stichting Reflex, traject armoede, kind en school
  Panelgesprek en vragen uit de zaal

  14.30 - 15.00 uur
  Interactief optreden van Daniel Dee, stadsdichter Rotterdam

  15.00-15.30 uur
  Pauze met optreden Pierre van Duyl (zanger / accordionist )

  15.30 - 17.00 uur
  Rapper Jeremiah (met een rap over armoede)
  Modeshow kinderen (Kledingbank Alexanderpolder)
  "Ontvang je boodschap" kwis met host Jack Kerklaan (RTV Rijnmond)
  Pierre van Duyl maakt met het publiek het Rotterdamse armoedelied

  17.00 - 18.00 uur
  Afsluiting: Netwerken, een hapje en een drankje met Pierre van Duyl


  GAARNE IN VERBAND MET LUNCH AANMELDEN VIA

  therese.steur@rosarotterdam.nl of goosen@upcmail.nl of

  06-51366000 of 06-10331211
 


Pact voor kinderen in armoede

KinderenZonder eten naar school, geen lid van de sportvereniging en niet naar muziekles, geen bijles, geen verjaardagen of vriendjes mee naar huis. Zo ziet het leven van een grote groep kinderen in Nederland er vandaag de dag uit. Thuis is het rekenen en schipperen om te overleven. Dit levert voor deze kinderen veel stress op terwijl andere kinderen in dezelfde leeftijd zorgeloos kunnen leven en écht kind kunnen zijn. Kinderen willen graag meedoen met andere kinderen. Opgroeien in armoede is een belangrijke oorzaak van sociale uitsluiting en achterstand, die nauwelijks meer in te halen is. Het vergroot bovendien de kans op problemen in de thuissituatie, waardoor dure (jeugd)zorg nodig is.

Nederland staat nog altijd in de top 10 van rijkste landen ter wereld. Toch groeien er in 2013 bijna 377.000 kinderen op in armoede (Bron: SCP/CBS 2012). Het gaat om 1 op de 9 kinderen (Bron: Kinderombudsman 2013). Hierbij wordt uitgegaan van gezinnen die rond moeten komen van 120% of minder van het sociaal minimum. Wij signaleren dat vanwege de economische crisis steeds meer gezinnen met kinderen in de problemen komen. Tot onze voldoening zien wij in het Regeerakkoord en in bijdragen van meerdere politieke partijen de nadruk op armoedebestrijding van kinderen bevestigd.

Onaanvaardbaar

Ondanks vele gemeentelijke regelingen en particuliere initiatieven, doen tenminste 150.000 kinderen van deze groep niet mee (Bron: CBS/SCP 2012) en gaat een substantieel deel zonder ontbijt naar school. Wij vinden dit onaanvaardbaar en slaan daarom de handen ineen. We gaan onze samenwerking intensiveren zodat meer kinderen mee kunnen doen aan sport, cultuur en educatie en we ze de broodnodige energie geven om te groeien en mee te kunnen doen met andere kinderen. Op een lege maag kan je niet leren en al helemaal niet voetballen!

Door de financiële crisis komen er meer mensen in de problemen en moeten er meer kinderen geholpen worden, terwijl er minder geld beschikbaar is. Daarom roepen wij nu op tot actie. Armoedebestrijding is gedecentraliseerd naar de gemeenten. De daarvoor bestemde Rijksmiddelen worden dus grotendeels via de Gemeenten besteed. Om de armoede onder kinderen echt goed aan te pakken, zal dit een gezamenlijke ambitie van de Rijksoverheid, Gemeenten én particulier initiatief moeten zijn. Het verbinden van publiek en particulier initiatief is de lijn die de overheid voorstaat. We roepen hierbij de Rijksoverheid en de Gemeenten op om dit dan ook daadwerkelijk met ons te realiseren.

Meerwaarde

Private organisaties kennen een aantal belangrijke voordelen, zoals een directer bereik van de doelgroep, minder bureaucratie, laagdrempeligheid, transparantie en maatwerk. Samen met de gemeenten zijn we in staat om méér kinderen te bereiken. Bovendien zijn private partijen in staat om aanvullend fondsen te werven en een breed draagvlak in de samenleving te creëren. Armoede raakt ons allemaal en veel vrijwilligers, burgers en bedrijven dragen met enthousiasme en gedrevenheid bij om de kinderen snel en gericht te helpen. Privaat initiatief zorgt voor extra menskracht en financiële armslag om meer kinderen kansen te geven.

Rijksbijdrage

Als samenwerkende partijen roepen we de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Tweede Kamer op de beschikbare Rijksbijdrage voor een belangrijk deel te richten op het stimuleren van de bestrijding van armoede onder kinderen. Door een deel van de extra Rijksmiddelen te besteden aan de samenwerkende landelijke organisaties, kunnen wij het verschil maken zodat veel minder kinderen langs de kant blijven staan. Wij zullen onze verantwoordelijkheid nemen door onze samenwerking landelijk en lokaal goed op elkaar af te stemmen en gezamenlijk op te trekken waar mogelijk is.

We zijn het aan onze kinderen verplicht:

Alle kinderen te helpen.
De aanwezige voorzieningen die tot bewezen succes en resultaat leiden en die bureaucratie tegengaan optimaal te benutten.
Armoede onder kinderen te bestrijden.
Toekomstperspectief te bieden.

Wat heeft een kind per jaar zoal nodig?

voeding 700 euro voor gezonde maaltijd;
sport  250 euro;
muziek/dansles 350 euro;
educatie 300 euro;
laptop, kleding 200 euro;
tweedehands fiets 150 euro;
dagje uit 40 euro;
weekje kamperen 75 euro;
pakjesavond 20 euro.



INTERNATIONAAL VERDRAG INZAKE DE RECHTEN VAN HET KIND

Kinderen rond de wereldArtikel 1 Definitie van het kind
Ieder mens jonger dan achttien jaar is een kind.

Artikel 2 Non-discriminatie
Alle rechten gelden voor alle kinderen, zonder uitzonderingen. De overheid neemt maatregelen om alle rechten te realiseren en moet ervoor zorgen dat elk kind wordt beschermd tegen discriminatie.

Artikel 3 Belang van het kind
Het belang van het kind moet voorop staan bij alle maatregelen die kinderen aangaan. De overheid moet het welzijn van alle kinderen bevorderen en houdt toezicht op alle voorzieningen voor de zorg en bescherming van kinderen.

Artikel 4 Realiseren van kinderrechten
De overheid neemt alle nodige maatregelen om de rechten van kinderen te realiseren en moet via internationale samenwerking armere landen hierbij steunen.

Artikel 5 Rol van de ouders
De overheid moet de rechten, plichten en verantwoordelijkheden van ouders en voogden respecteren. De ouders en voogden moeten het kind (bege)leiden in de uitoefening van zijn of haar rechten op een manier die past bij de leeftijd en ontwikkeling van het kind.

Artikel 6 Recht op leven en ontwikkeling
Ieder kind heeft het recht op leven. De overheid waarborgt zoveel mogelijk het overleven en de ontwikkeling van het kind.

Artikel 7 Naam en nationaliteit
Het kind heeft bij de geboorte recht op een naam en een nationaliteit en om geregistreerd te worden. Het kind heeft het recht zijn of haar ouders te kennen en door hen verzorgd te worden.

Artikel 8 Identiteit
Het kind heeft recht zijn of haar identiteit te behouden, zoals nationaliteit, naam en familiebanden. De overheid steunt het kind om zijn of haar identiteit te herstellen als die ontnomen is.

Artikel 9 Scheiding kind en ouders
Het kind heeft recht om bij de ouders te leven en op omgang met beide ouders als het kind van een of beide ouders gescheiden is, tenzij dit niet in zijn of haar belang is. In procedures hierover moet naar de mening van kinderen en ouders worden geluisterd.

Artikel 10 Gezinshereniging
Ieder kind heeft recht om herenigd te worden met zijn of haar ouder(s) als het kind en de ouder(s) niet in hetzelfde land wonen. Aanvragen hiervoor moet de overheid met welwillendheid, menselijkheid en spoed behandelen. Het kind dat in een ander land dan zijn of haar ouder(s) verblijft, heeft recht op rechtstreeks en regelmatig contact met die ouder(s).

Artikel 11 Kinderontvoering
Het kind heeft recht op bescherming tegen kinderontvoering naar het buitenland door een ouder. De overheid neemt ook maatregelen om ervoor te zorgen dat het kind kan terugkeren vanuit het buitenland als het ontvoerd is.

Artikel 12 Participatie en hoorrecht
Het kind heeft recht om zijn of haar mening te geven over alle zaken die het kind aangaan. De overheid zorgt ervoor dat het kind die mening kan uiten en dat er naar hem of haar wordt geluisterd. Dit geldt ook voor gerechtelijke en bestuurlijke procedures.

Artikel 13 Vrijheid van meningsuiting
Het kind heeft recht op vrijheid van meningsuiting, dit omvat ook de vrijheid inlichtingen en denkbeelden te verzamelen, te ontvangen en te verspreiden. Daarbij moet rekening gehouden worden met de rechten van anderen.

Artikel 14 Vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst
Het kind heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst en de vrijheid deze te uiten. De overheid respecteert de rechten en plichten van ouders en voogden om het kind te (bege)leiden bij de uitoefening van dit recht op een manier die past bij zijn of haar leeftijd en ontwikkeling.

Artikel 15 Vrijheid van vereniging
Het kind heeft recht met anderen vreedzaam samen te komen, lid te zijn of te worden van een vereniging en een vereniging op te richten.

Artikel 16 Privacy
Ieder kind heeft recht op privacy. De overheid beschermt het kind tegen inmenging in zijn of haar privé- en gezinsleven, huis of post en respecteert zijn of haar eer en goede naam.

Artikel 17 Recht op informatie
Het kind heeft recht op toegang tot informatie en materialen van verschillende bronnen en in het bijzonder op informatie en materialen die zijn of haar welzijn en gezondheid bevorderen. De overheid stimuleert de productie en verspreiding hiervan en zorgt ervoor dat het kind beschermd wordt tegen informatie die schadelijk is.

Artikel 18 Verantwoordelijkheden van ouders
Beide ouders zijn verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen. Het belang van het kind staat hierbij voorop. De overheid respecteert de eerste verantwoordelijkheid van ouders en voogden, geeft hen ondersteuning en creëert voorzieningen voor de zorg van kinderen, ook voor kinderopvang als de ouders werken.

Artikel 19 Bescherming tegen kindermishandeling
Het kind heeft recht op bescherming tegen alle vormen van lichamelijke en geestelijke mishandeling en verwaarlozing zowel in het gezin als daarbuiten. De overheid neemt maatregelen ter preventie en signalering hiervan en zorgt voor opvang en behandeling.

Artikel 20 Kinderen zonder ouderlijke zorg
Een kind dat tijdelijk of blijvend niet in het eigen gezin kan opgroeien heeft recht op bijzondere bescherming. De overheid zorgt voor alternatieve opvang, zoals een pleeggezin of indien nodig een kindertehuis.

Artikel 21 Adoptie
Het belang van het kind moet voorop staan bij adoptie. Als er voor het kind geen oplossing mogelijk is in het eigen land, is internationale adoptie toegestaan. De overheid houdt toezicht op de adoptieprocedures en bestrijdt commerciële praktijken.

Artikel 22 Vluchtelingen
Een kind dat asiel zoekt of erkend is als vluchteling, heeft recht op bijzondere bescherming en bijstand ongeacht of hij of zij alleenstaand of bij zijn ouders is. De overheid moet proberen de ouders of andere familieleden van alleenstaande gevluchte kinderen op te sporen. Als dat niet lukt, heeft het kind recht op dezelfde bescherming als elk ander kind zonder ouderlijke zorg.

Artikel 23 Kinderen met een handicap
Een kind dat geestelijk of lichamelijk gehandicapt is, heeft recht op bijzondere zorg. De overheid waarborgt het recht van het gehandicapte kind op een waardig en zo zelfstandig mogelijk leven waarbij het kind actief kan deelnemen aan de maatschappij en zorgt voor bijstand om de toegang tot onder meer onderwijs, recreatie en gezondheidszorg te verzekeren.

Artikel 24 Gezondheidszorg
Het kind heeft recht op de best mogelijke gezondheid en op gezondheidszorgvoorzieningen. De overheid waarborgt dat geen enkel kind de toegang tot deze voorzieningen wordt onthouden. Extra aandacht is er voor de vermindering van baby- en kindersterfte, eerstelijnsgezondheidszorg, voldoende voedsel en schoon drinkwater, zorg voor moeders voor en na de bevalling en voor voorlichting over gezondheid, voeding, borstvoeding en hygiëne. De overheid zorgt ervoor dat traditionele gewoontes die schadelijk zijn voor de gezondheid van kinderen, worden afgeschaft.

Artikel 25 Uithuisplaatsing
Een kind dat uit huis is geplaatst voor zorg, bescherming of behandeling van zijn of haar geestelijke of lichamelijke gezondheid, heeft recht op een regelmatige evaluatie van zijn of haar behandeling en of de uithuisplaatsing nog nodig is.

Artikel 26 Sociale zekerheid
Ieder kind heeft het recht op voorzieningen voor sociale zekerheid.

Voorbehoud: Nederland geeft kinderen geen eigen aanspraak op sociale zekerheid maar regelt dit via de ouders.

Artikel 27 Levensstandaard
Ieder kind heeft recht op een levensstandaard die voldoende is voor zijn of haar lichamelijke, geestelijke, intellectuele, zedelijke en maatschappelijke ontwikkeling. Ouders zijn primair verantwoordelijk voor de levensomstandigheden van het kind maar de overheid moet hen hierbij helpen door bijstand en ondersteuning zodat het kindop het minst voldoende eten en kleding en adequate huisvesting heeft.

Artikel 28 Onderwijs
Het kind heeft recht op onderwijs. Basisonderwijs is voor ieder kind gratis en verplicht. De overheid zorgt ervoor dat het voortgezet - en beroepsonderwijs toegankelijk is voor ieder kind, in overeenstemming met zijn of haar leerniveau. De overheid pakt vroegtijdig schooluitval aan. De handhaving van de discipline op school moet de menselijke waardigheid en kinderrechten respecteren. International samenwerking is nodig om analfabetisme te voorkomen.

Artikel 29 Onderwijsdoelstellingen
Het kind heeft recht op onderwijs dat is gericht op: de ontplooiing van het kind; respect voor mensenrechten en voor de eigen culturele identiteit, de waarden van het eigen land en van andere landen; vrede en verdraagzaamheid; gelijkheid tussen geslachten; vriendschap tussen alle volken en groepen en eerbied voor het milieu. Iedereen is vrij om een school naar eigen inzicht op te richten met inachtneming van deze beginselen en de door de overheid vastgestelde minimumnormen voor alle scholen.

Artikel 30 Kinderen uit minderheidsgroepen

Een kind uit een etnische, religieuze of linguïstische minderheidsgroep heeft recht om zijn of haar eigen cultuur te beleven, godsdienst te belijden of taal te gebruiken.

Artikel 31 Recreatie
Het kind heeft recht op rust en vrije tijd, om te spelen en op recreatie, en om deel te nemen aan kunst en cultuur. De overheid zorgt ervoor dat ieder kind gelijke kansen heeft om dit recht te realiseren en bevordert recreatieve, artistieke en culturele voorzieningen voor kinderen.

Artikel 32 Bescherming tegen kinderarbeid
Het kind heeft recht op bescherming tegen economische uitbuiting en tegen werk dat gevaarlijk en schadelijk is voor zijn of haar gezondheid en ontwikkeling of de opvoeding hindert. De overheid moet een minimumleeftijd voor arbeid en aangepaste werktijden en arbeidsvoorwaarden vaststellen.

Artikel 33 Bescherming tegen drugs
Het kind heeft recht op bescherming tegen drugsgebruik. De overheid moet maatregelen nemen zodat kinderen niet ingezet worden bij het maken of in de handel van drugs.

Artikel 34 Seksueel misbruik
Het kind heeft recht op bescherming tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik. De overheid moet maatregelen nemen om kinderprostitutie en kinderpornografie te voorkomen.

Artikel 35 Handel in kinderen
Het kind heeft recht op bescherming tegen ontvoering en mensenhandel. De overheid ohtnderneemt actie om te voorkomen dat kinderen worden ontvoerd, verkocht of verhandeld.

Artikel 36 Andere vormen van uitbuiting
Het kind heeft recht op bescherming tegen alle andere vormen van uitbuiting die schadelijk zijn voor enig aspect van het welzijn van het kind.

Artikel 37 Kinderen in detentie
Marteling en andere vormen van wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing van het kind zijn verboden. Kinderen mogen niet veroordeeld worden tot de doodstraf of tot levenslange gevangenisstraf. Opsluiting van een kind mag alleen als uiterste maatregel en dan zo kort mogelijk. Als een kind wordt opgesloten, moet de rechter zo snel mogelijk beslissen of dat mag. Het kind heeft daarbij recht op juridische steun. Kinderen mogen niet samen met volwassenen opgesloten worden. Alle kinderen in detentie hebben recht op een menswaardige behandeling en op contact met hun familie.

Voorbehoud: in Nederland kan op kinderen vanaf zestien jaar het volwassenenstrafrecht worden toegepast.

Artikel 38 Kinderen in oorlogssituaties
Een kind in een oorlogssituatie heeft recht op extra bescherming en zorg. De overheid waarborgt dat kinderen jonger dan vijftien jaar niet voor militaire dienst worden opgeroepen.

Artikel 39 Bijzondere zorg voor slachtoffers
Een kind dat slachtoffer is van oorlogsgeweld of van uitbuiting, misbruik, foltering of een andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing heeft recht op bijzondere zorg - in een omgeving die goed is voor het zelfrespect, de gezondheid en de waardigheid van het kind - om te herstellen en te herintegreren in de samenleving.

Artikel 40 Jeugdstrafrecht
Ieder kind dat verdacht, vervolgd of veroordeeld wordt voor een strafbaar feit heeft recht op een pedagogische behandeling die geen afbreuk doet aan de eigenwaarde en de menselijke waardigheid van het kind, die rekening houdt met de leeftijd van het kind en die de herintegratie en de opbouwende rol van het kind in de samenleving bevordert. Ieder kind heeft recht op een eerlijk proces en op juridische bijstand. De overheid houdt kinderen zoveel mogelijk buiten strafrechtelijke procedures.

Voorbehoud: in Nederland krijgt een kind bij lichte overtredingen soms geen juridische bijstand.



Wereldbank mikt op halvering armoede in 2020

hashtag endpovertyWASHINGTON (ANP) - De Wereldbank wil het aantal mensen dat in extreme armoede leeft de komende 7 jaar wereldwijd halveren. Dat stelde Wereldbankpresident Jim Yong Kim woensdag.

De Wereldbank formuleerde al eerder het doel om de hoeveelheid mensen die moeten rondkomen van hoogstens 1,25 dollar per dag, de grens die de Wereldbank hanteert voor extreme armoede, terug te dringen tot hoogstens 3 procent van de wereldbevolking in 2030. Nu leeft nog circa 18 procent in extreme armoede.

Om het doel voor 2030 te halen moet er al in de komende jaren aanzienlijke vooruitgang worden geboekt. ,,We denken niet dat we op 3 procent kunnen komen, als we niet minstens op 9 procent zitten in 2020'', gaf Kim aan.

De doelen van de Wereldbank zijn ambitieus. Ontwikkelingslanden moeten de komende jaren hun hoogste groeipercentages van de afgelopen jaren evenaren om de doelen te realiseren. Tegelijkertijd blijven de risico's voor de economische groei groot.



De staat probeert de participatiemaatschappij van de burgers in te kapselen

demonstratiedoor Piet van der Lende, Bijstandsbond Amsterdam, 9 oktober 2013

Op donderdag 3 oktober ben ik naar twee lezingen geweest die werden georganiseerd door het Wageningen Alumni Netwerk, een club van oud-studenten van de universiteit Wageningen. Het onderwerp van de bijeenkomst was Coöperaties, het businessmodel voor 2013. De lezingen werden gegeven door Tine de Moor, hoogleraar Instituties voor collectieve actie in historisch perspectief, en landbouweconoom Ruud Huirne, directeur Food & Agri Nederland Rabobank en hoogleraar coöperatief ondernemerschap.

De lezingen boden in mijn ogen interessante nieuwe invalshoeken bij de vraag waar het nieuwe concept van de participatiemaatschappij vandaan komt en welke knelpunten burgers tegenkomen wanneer ze op basis van zelfregulering, zelfbestuur en collectief eigendom de participatie in de maatschappij vorm willen geven.

lees verder ...