triest Rotterdam
Nieuwsbrief
Rotterdamse Sociale Alliantie,

netwerk tegen armoede

4 september 2010

mail@rosarotterdam.nl




BRIEF ARME KANT OVER KABINETSFORMATIE


arme kant logoOp 14 juli zond Joan Bulder, voorzitter van de Arme Kant van Nederland / EVA, een brief aan de toenmalige formateurs Rosenthal en Wallage. Die brief is nog steeds actueel vanwege de voorstellen die daar in staan:

De Arme Kant van Nederland/EVA zet zich sinds haar oprichting in 1987 in voor armoedebestrijding. Omdat wij dezelfde problemen steeds zien terugkeren, stellen wij het nieuw aantredende kabinet de volgende punten voor.

1. Koppeling-plus

De koopkrachtontwikkeling rond het sociaal minimum blijft - na afwisselend ontkoppeling en koppeling - al jaren sterk achter bij die van de algemene loonontwikkeling. Juist in tijden van economische neergang is het een test voor het sociale gehalte van de samenleving hoe met de inkomens op het minimum wordt omgegaan.

De werkgroep stelt daarom voor de koppeling te handhaven en daar bovenop de opgelopen achterstanden te compenseren door het sociaal minimum elk jaar extra te verhogen.

2. Niet-gebruik van inkomensondersteunende voorzieningen

Inkomens- en koopkrachtplaatjes gaan er van uit dat mensen alle inkomensondersteuning benutten waar ze recht op hebben. De praktijk van mensen op het minimum geeft echter een volstrekt ander beeld: mensen komen hiermee lang niet volledig tot hun recht. Aanvullende inkomensondersteuning bestaat uit vele tientallen regelingen, die op landelijk en plaatselijk niveau aangevraagd moeten worden bij tal van verschillende instanties. Mensen kennen niet alle mogelijkheden, vinden de wegen niet, lo-pen tegen bureaucratische muren op, moeten soms maandenlang wachten op besluiten. De onderbe-nutting van regelingen is dan ook aanzienlijk. In de (kerkelijke) anti-armoedebeweging komen wij dit probleem in alle toonaarden tegen. Het is gebleken dat ook bij gemeenten die hun uiterste best doen om zoveel mogelijk bekendheid te geven aan die regelingen, er toch slechts een mager resultaat voor de minima is, terwijl de uitvoeringskosten hoog zijn.

Wij stellen daarom voor om alle inkomensondersteunende regelingen bij elkaar te halen en er per belastingplichtige één persoonlijk budget van te maken.

De rijksoverheid beschikt middels de Belastingdienst over alle inkomensgegevens van de burgers. Op basis van deze gegevens kan de Belastingdienst de inkomenshoogte van de burgers vaststellen en nagaan of mensen recht hebben op aanvullende inkomensvoorzieningen. De minimanormen en -regelingen van alle gemeenten zijn bekend en snel te checken via bestaande computerprogramma’s. Gemeenten, UWV en SVB moeten nu veel menskracht en middelen inzetten om hun cliënten met lage inkomens de voorzieningen te verstrekken, terwijl niet alle minima bereikt worden. De gemeenten en uitvoeringsinstanties kunnen hun budgetten voor inkomensondersteunende regelingen ter beschikking stellen voor een centrale toets en verstrekking door de Belastingdienst. Dit zal een enorme administra-tieve vereenvoudiging en dus kostenbesparing betekenen, terwijl de minima maximaal bereikt zullen worden.

3. Zorg en Arbeid

Eénoudergezinnen met uitsluitend minderjarige kinderen zijn verreweg het meest en ook het vaakst langdurig afhankelijk van een inkomen onder de armoedegrens. Opgroeien in een huishouden onder de armoedegrens heeft grote gevolgen voor het leven en de ontwikkelingskansen van kinderen.

Wij stellen daarom voor dat de wet Vazalo (Voorzieningen Arbeid en Zorg Alleenstaande Ouders), die reeds in maart 2008 door het Parlement is aangenomen, onmiddellijk en onverkort wordt uitgevoerd.

Niet alleen zal dat de inkomenspositie van alleenstaande ouders verbeteren, ook wordt daarmee on-derstreept hoe belangrijk het is dat ouders (onbetaalde) zorg voor hun kinderen kunnen combineren met (betaalde) arbeid.

Wij zijn van mening dat het belang van zorgtaken, waaronder ook de mantelzorg, als waarde voor de samenleving, maar ook als fundament voor onze economie niet genoeg benadrukt kan worden. Die waarde en dat belang moeten ook vertaald worden in economische parameters en meegewogen wor-den in (macro) economische analyses.

4. Schulden

Schulden vormen één van de grootste armoedeproblemen. Schuldhulpverlening heeft een steviger juridische basis nodig. De ingewikkeldheid van het huidige juridische systeem is de oorzaak van veel bureaucratische chaos. Het huidige invorderingsrecht leidt tot verpaupering, terwijl het bestaande faillissementsrecht daartegen onvoldoende bescherming biedt voor particulieren. De moraliteitstoets voor schuldsanering van particulieren (WSNP) is te beperkend: de debiteur dient een betere bescherming te krijgen in het invorderings- en insolventierecht. Het Nederlandse faillissementsparadigma is louter ge-richt op een eerlijke verdeling van de bezittingen van de failliet. Het Angelsaksische faillissementsparadigma is mede gericht op een herstelmogelijkheid van de failliet.

Wij stellen daarom een wijziging en aanpassing van het Nederlandse faillissementsparadigma voor in de richting van het Angelsaksische paradigma.

Dat zal veel besparingen opleveren in de bureaucratie en een veel betere bescherming tegen verpaupering. De uitvoeringskosten zullen dalen, terwijl een verbetering voor de positie van de minima verwacht mag worden. Van een vereenvoudiging van de juridische schuldregeling naar Engels model ver-wachten wij een vergemakkelijking van de integrale schuldhulpverlening en een grote besparing van maatschappelijke kosten.

5. Verarming en verrijking

Het is van belang om bij de inkomenspolitiek uit te gaan van het begrip compensatie in plaats van het begrip gelijkheid. Het principe dat de schouders die economisch het sterkste zijn, de zwaarste lasten dragen, maakt de inkomensverdeling rechtvaardiger. De lasten van de bezuinigingen, nodig om de schulden van de kredietcrisis en de Eurolandencrisis op te lossen, dienen niet neergelegd te worden bij de uitgaven voor sociale zekerheid, onderwijs en zorg.

De Arme Kant / EVA stelt daarom voor dat werknemers tot aan de grens van 110% van het Wettelijk Minimumloon vrijgesteld worden van afdracht van de premies sociale zekerheid.

Het voordeel hiervan is dat de uitvoering van de sociale zekerheid eenvoudiger wordt, vooral bij flexibel werk en dat de bruto arbeidskosten voor werkgevers lager worden.

Een aanvullend voorstel is dat binnen de (semi)publieke sector een maximale inkomensgrens ingesteld wordt van bijvoorbeeld € 250.000,- waaraan alle functies worden gerelateerd en dat de mogelijkheid tot hypotheekrenteaftrek wordt afgeschaft voor hypotheken boven € 500.000.