triest Rotterdam
Nieuwsbrief 9
Rotterdamse Sociale Alliantie,
netwerk tegen armoede,
sociale uitsluiting en verrijking

22 december 2010

mail@rosarotterdam.nl



Kinderen groeien steeds vaker op in armoede


Elsbeth Stoker − 15/12/10

 

http://www.volkskrant.nl/static/FOTO/pe/14/7/7/media_xl_336352.jpg?20101215074401
Het aantal werkende armen is gestegen tot 576 duizend. Voor het eerst in jaren stijgt het aantal kinderen dat opgroeit in armoede weer (ruim 9 procent). En de kans dat een éénoudergezin te weinig geld heeft, is inmiddels meer dan 25 procent.
 

Dit zijn de belangrijkste conclusies uit het Armoedesignalement 2010 van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat vandaag verschijnt. De cijfers hebben betrekking op 2009.

De verslechtering is voornamelijk toe te schrijven aan de recessie. Hierdoor zijn de inkomsten van bijvoorbeeld zelfstandigen gedaald. Daarnaast verloren meer mensen hun baan.

Moeite om de rekening te betalen
Armoede in Nederland betekent in praktijk dat je moeite hebt om je rekeningen te betalen; bijna vier op de tien armen komt zeer moeilijk rond. Arme gezinnen kampen vaker met betalingsachterstanden.
Daarnaast zegt 11 procent van de ondervraagden die op of  onder de lage inkomensgrens vallen, dat het niet lukt om de dag een warme maaltijd met vlees, kip of vis op tafel te zetten. Bijna vier op de tien armlastigen zeggen te weinig geld te hebben om regelmatig nieuwe kleren te kopen.

Opvallend is ook dat het aantal mensen dat wél werkt, maar toch arm is, is toegenomen. Niet procentueel, maar wel in absolute getallen. Inmiddels telt Nederland 576 duizend werkende armen. Deze werkende armen maken een steeds groter deel uit van de totale groep armen. Oftewel, 59 procent van de armlastigen heeft gewoon een baan. Tien jaar geleden was dat nog 50 procent. Deze stijging komt vooral voor rekening van de zelfstandigen, die vaak te weinig verdienen om goed rond te komen. Ruim 10 procent van de zelfstandigen valt in deze categorie.  

Verschillende definities armoede
De onderzoekers gebruikten verschillende definities van armoede. Bij alle definities blijkt dat het aantal armen is gestegen, de aantallen en percentages vallen iets anders uit. Volgens het niet-veel-maar-toereikendcriterium van het SCP leefden 971 duizend Nederlanders (453 duizend huishouderns)  in 2009 in armoede, oftewel 6,2 procent. In 2008 was dit nog 5,5 procent. Meer dan eenderde van hen is al drie jaar of langer arm.
Gebruik je de lage inkomensgrens van het CBS dan ligt het aantal nog hoger, op 1,1 miljoen mensen.

Alleenstaande ouders
De grootste kans op een leven met te weinig geld hebben alleenstaande ouders met minderjarige kinderen (27 procent), bijstandsgerechtigden (65 procent) en alleenstaande  65-minners (17 procent). Ook allochtonen zijn vaker arm. Dit geldt voor mensen met Turkse en Marokkaanse wortels, maar ook voor migranten uit Oost-Europa.

Als je kijkt naar de regionale spreiding van armoede, dan blijkt dat vooral in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam veel mensen wonen die weinig te besteden hebben. Maar ook Zuid-Limburgse steden als Vaals en Heerlen scoren slecht. 

Wanneer is iemand arm?
In het rapport wordt gewerkt met vier definities van armoede. Onderzoekers van het SCP werken met het niet-veel-maar-toereikendcriterium. Deze inkomensgrens is de optelsom van de minimaal vereiste uitgaven voor voedsel, kleding, woning en het sociale leven. Voor een alleenstaande lag deze grens in 2009 op 980 euro per maand.

Voor een eenoudergezin met twee kinderen was dit 1.490 euro per maand. Het CBS stelt de lage-inkomensgrens centraal. Dit was in 2009 930 euro voor een alleenstaande, en 1.400 euro voor een eenoudergezin met twee kinderen.

Daarnaast is er nog de beleidsmatige inkomensgrens (870 euro voor een alleenstaande) en het basisbehoeftecriterium (878 euro voor een alleenstaande).

terug